Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Vroeger

 De meeste mensen overleden thuis en hun lijk bleef in het huis opgebaard tot aan de begrafenis !
Misschien kunnen we ons dat nog nauwelijks voorstellen en hoe moest dat?

 Aanzeggen. Een groeveceel werd aangelegd, is een lijst van mensen aan wie het overlijden aangezegd moest worden. Dit gebeurde door de groeveneuger of leedaanzegger. Na 1880, toen steeds meer de post gebruikt werd voor het overlijdensbericht, verdween deze uit het straatbeeld.

Ook aan de bijen. Als een imker of bijker (bijenhouder) was overleden, dan werd dit niet alleen aan de familie en buren aangezegd, maar ook aan de bijen. Een naaste bloedverwant of buurman ging blootshoofds naar de bijenstal. Hij klopte drie keer op elke korf en zei hardop: De weduwe (of kiender) van ... lat (of: laot) oe bekend maken dat heur man (of: heur vaor) overleden is. Zou men dit nalaten, dan was men bang dat de bijenkolonies zouden sterven als het de man betrof, of wegvliegen wanneer het de vrouw aanging. Ook was men bang dat de bijen dan de weduwe of de erfgenamen van de gestorvene niet als hun nieuwe meesteres of 'heerschap' zouden erkennen. De iemen (bijen) zouden dan binnen enkele dagen de iemenhuve (bijenkorf) verlaten, om een nieuwe meester op te zoeken. Bij verkoop van de bijenstand na overlijden moest men bij handslag bevestigen, dat aan het volk de dood was aangezegd. 

 Rouwen en Aanzeggen

De meeste imkers zullen 't oude gebruik wel kennen, dat in verschillende delen van Vlaanderen en Nederland voortleefde en misschien hier of daar nog wel eens voorkomt.

De sage luidt dan, dat wanneer het overlijden van den imker niet aan zijn volken wordt medegedeeld, deze zullen uitsterven.

Maar misschien is het niet algemeen bekend, dat ook in Amerika ongeveer hetzelfde gebruik heeft bestaan. Zo lezen we in "Huckleberry Finn" het bekende boek van den Amerikaansen schrijver Mark Twain (1835-1910) een gesprek tussen den ontvluchten negerslaaf Jim en den weggelopen Huck, waarin Jim allerlei bijgelovige gebruiken vertelt. Eén hiervan is de volgende. Wanneer een imker sterft, dan moet dit voor zonsopgang van de volgende morgen aan de bijen verteld worden, want anders zullen de bijen ophouden te werken ; ze zullen gaan kwijnen en sterven.
Verder vertelt Jim ook nog, dat onnozele mensen nooit door bijen gestoken worden. Een schrale troost voor hen, die daar juist veel last van hebben. Hoewel Mark Twain het gebruik door een neger laat vertellen, is het niet onmogelijk, dat het "rouwen en aanzeggen" ook bij de blanken in gebruik zal zijn geweest, die in Amerika als zeer bijgelovig bekend staan.

Het “aanzeggen” van de dood van een huisvader aan zijn bijen komt al voor in een oud Grieks gedichtje uit de 5e eeuw voor Christus en hangt samen met oude mythen rond bijen en gestorvenen.

Als iemand zijn laatste adem uitblaast, betekent zulks, dat zijn ziel van hem weg vliegt; de ziel werd in het algemeen gezien als een bij.

De ziel van de dode vertoont zich vaak in de droom aan de nog levende dierbaren en zij doet dat in de gedaante van een bij. Ook de ziel van een nog levende mens kan hem in zijn slaap verlaten en zich in de droom vertonen aan anderen; daarna keert de ziel terug. Wordt zij daarin gehinderd, dan heeft die persoon zijn laatste adem, dat is zijn ziel, uitgeblazen. De bij vliegt definitief van hem weg en keert niet terug.

Het aanzeggen is een bede aan de voorvaderen de ziel van de gestorvene te komen halen en haar op te nemen in haar beschermende woning. Daar is ook de honing, die als voedsel dient voor de gestorven ziel.

De relatie tussen bijen en gestorvenen komt ook tot uitdrukking in de primitieve angstgevoelens die rond bijen kunnen optreden: een zwerm bij een hoeve voorspelt de dood van de huisvader en is daardoor zeer bedreigend. Ook een bij die het huis binnenkomt, kan een spoedige dode voorspellen; een voorvader komt een ziel ophalen

Zo kennen we de bankorven. Ze zijn terug te vinden in wat men noemt “de oude imkerij” van heel de westerse wereld.

De gekozen afbeeldingen dienen als afweer tegen bijendieven, honingjagers, onweer en andere bedreigingen. Dikwijls moeten zij een magische bescherming bieden tegen invloeden van kwade geesten.